Woedeaanvallen en driftbuien bij je hoogbegaafde kind.

Gepubliceerd op 9 oktober 2020 om 15:25

Hoe ga je daarmee om? 5 tips

 

Hoogbegaafde kinderen zijn vaak hoogsensitief. Dit houdt onder andere in dat zij emoties zeer sterk en intens beleven. Blijdschap is euforie, verdriet is drama en boosheid is blinde woede.

Veel hoogbegaafde kinderen raken op school gefrustreerd. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld omdat de les te langzaam gaat of te makkelijk is, omdat ze gepest worden, omdat ze voelen dat ze er niet helemaal bij horen, omdat ze zichzelf heel erg aanpassen om er toch bij te horen. Dit alles kost ontzettend veel energie.

 

Boos, woede, driftbuien, woedeaanvallen, boze buien, gefrustreerd, leren leren, stuk maken, pijn doen, wild, passend onderwijs, veilig thuis, Hilversum, Sheila van Horn, hoogbegaafdheid, voorsprong, testen IQ test, onderzoek

Kinderen die op school niet hun frustratie uiten, laten dit meestal thuis (in hun veilige omgeving) wél zien. Dan komt er schijnbaar vanuit niets een enorme boosheid uit je kind. Inclusief schelden, met deuren slaan en soms het vernielen van eigendommen of pijn doen van anderen.

Het is goed om te weten en te begrijpen waar het vandaan komt. Werk aan de onderliggende oorzaken (zoals beter onderwijs, psycho-educatie en zelfvertrouwen). Dat heeft het beste effect en is het meest helpend op lange termijn.

Maar terwijl je daaraan werkt, heb jij nog steeds te kampen met de woedeaanvallen en driftbuien van je kind. En is daarmee de sfeer in huis nog niet beter.

Hoe kan je het best reageren? En hoe help je je kind weer rustig worden?

 

  1. Laat het zijn

Misschien wel de moeilijkste tip. Krijgt je kind een woedeaanval? Dan kan je het best even niets doen. Laat je kind uitrazen (mits het anderen geen pijn doet) en uit zichzelf tot rust komen. Hoe ouder je kind, hoe beter jij en je kind weten wat hij of zij daarvoor nodig heeft.

Probeer tijdens de woede van je kind niet tegen hem of haar te gaan praten of vragen te stellen. Dat komt niet aan en vaak laait daardoor de woede juist weer meer op. Pas liever de gouden 20-minuten regel toe: laat je kind 20 minuten lang met rust. Ga niet met hem of haar in gesprek, spreek het niet vermanend toe.

Klem je kaken op elkaar, ga op je handen zitten en doe niets.

Laat je vooral niet verleiden om met je kind in discussie te gaan. Zeg dat je weer met je kind in gesprek wilt gaan als hij of zij weer rustig is.

 

  1. Geef erkenning voor de emotie

Het alternatief voor niets doen is erkennen dat je kind boos is. Dit helpt op elke leeftijd, maar met name voor jongere kinderen kan dit helpend zijn als ze nog boos zijn. Zeg “wat komt er een boel boosheid uit jou!” of “ik kan zien dat je heel boos bent”. Geef je kind de ruimte om die boosheid te ventileren. “Gooi het er maar uit” , “laat je boosheid maar zien” of “het is oké om boos te zijn”. Bij oudere kinderen kan je dit meegeven als ze weer rustig zijn.
Zij willen zich gezien en gehoord voelen.

Vaak werkt deze erkenning. Mocht je merken dat je kind hier juist nog bozer van wordt, geef dan aan dat jij er voor je kind bent. Soms kan ‘ik hou van jou’ een kind echt tot rust brengen.

Bagatelliseer de boosheid van je kind niet. Jouw kind ervaart deze emotie en deze is voor hem of haar dus echt. Zeg niet dat je kind zich niet zo moet aanstellen of dat het allemaal heus zo erg niet is. Hiermee krijgt je kind geen erkenning voor zijn of haar emotie en leert het dat het niet boos mag zijn of dat wat hij of zij voelt, niet klopt.

 

  1. Praat er samen over

Is je kind weer rustig? Praat er dan samen over. Wat gebeurde er? Waarom werd je kind boos? Vertel dat jij denkt dat het niet ging omdat hij bijvoorbeeld zijn jas aan de kapstok moest hangen, maar omdat hij moe is van school. En dat zijn of haar hoofd zo vol zat dat die ene vraag er niet meer bij kon.

Je kunt bij je kind navragen of je het goed hebt. Vaak merk je al wel aan de reactie van je kind of je goed zit of niet. Als je fout zit, geeft je kind meestal aan wat er dan wél aan de hand was.

Geef je kind de erkenning dat het heel vervelend is voor hem of haar en dat je graag wilt helpen. De meeste kinderen weten zelf heel goed wat ze nodig hebben. Is je kind direct na de woedeaanval te moe? Praat er dan eens over op een ander ontspannen moment (onder de douche, voor het slapen gaan of bij het ontbijt).

 

  1. Maak duidelijke afspraken

In gesprek met je kind kan je afspraken maken hoe je zoon of dochter er in de toekomst mee om kan gaan. Zo kan je afspreken dat je kind bij een woedeaanval naar zijn of haar kamer gaat om rustig te worden (let op: dit is niet als straf!) of misschien is er een ander veilig plekje in huis te bedenken. Misschien wil jouw kind juist op een kussen slaan of op de trampoline gaan springen.

Bedenk met je kind samen waar hij of zij rustig van wordt. Bijvoorbeeld een boekje lezen, naar buiten kijken, puzzelen of tekenen. Kinderen geven vaak aan dat ze van beeldscherm rustig worden. Niets is minder waar. Het lijkt misschien wel zo, maar uiteindelijk krijgen de hersenen alleen maar meer prikkels. Dit kan je goed uitleggen aan je kind.

Andere afspraken die belangrijk zijn: je mág boos zijn, maar je doet anderen en jezelf geen pijn. Je maakt niets kapot. Niet van jezelf en niet van een ander. Dat zijn de basisregels bij boosheid.
Merk je dat je kind deze regels vergeet in blinde woede, herinner je kind hier dan aan.

Laat je kind na afloop excuses aanbieden als het je uitgescholden heeft of iemand pijn heeft gedaan.

Hoe ouder je kind is, hoe beter je kunt uitleggen dat de boosheid er mag zijn, maar dat het gedrag daarbij niet altijd acceptabel is. Het gedrag is vaak ook niet helpend. Leer je kind steeds passender gedrag te laten zien bij boosheid.

Het helpt als ze hun boze bui voelen aankomen (zoals bij het stoplicht: groen: niets aan de hand, oranje: oh, oh, er broeit iets, rood: ontploffing). Meestal hoor ik van kinderen dat ze gevoelsmatig van nul naar honderd gaan. Dit betekent dat zij zelf niet aan voelen komen dat ze boos worden.

 

  1. Leer je kind zelf rust te nemen

De woedeaanvallen komen meestal door een vorm van overprikkeling. Geef je kind regelmatig terug wanneer jij denkt dat het tijd is voor een rustmomentje, omdat je ziet dat je kind richting overprikkeling gaat.

Bij kleine kinderen regel jij als ouder die rustmomenten. Die plan je in de dag in. Kijk goed naar je kind en leer je kind kennen. Jonge schoolgaande kinderen hebben na school vaak even een momentje rust nodig. Dit kan ook prima als er een vriendje meekomt: even wat drinken en bijvoorbeeld een boekje lezen. Maak er een ritueel van. Plan niet te veel speelafpraakjes/bso in de week, maar zorg ook voor een vrije ‘rommel- wat – aan dag’.

Oudere kinderen kan je hier zelf ook meer verantwoordelijkheid in geven. Het is ontzettend lastig voor sommige kinderen om bij zichzelf op de rem te trappen. Zelfs volwassenen hebben daar moeite mee. Help je kind om die momenten te gaan herkennen en ernaar te gaan handelen.

Geef daarbij zelf het goede voorbeeld door niet altijd maar van hot-naar-her te rennen maar ook even op de bank te gaan zitten met een kop koffie of een goed boek.

 

Tot zover mijn tips over hoe je om kunt gaan met een boos kind in huis. Verwacht niet dat je bij het uitvoeren van deze tips direct resultaat boekt. Dat is eigenlijk tip 6: Heb geduld.
Je kind zal je gaan testen en uitproberen. Houd voet bij stuk en hou vol. Heb geduld en twijfel niet. Ben je samen met je partner? Steun elkaar en zorg dat je één lijn trekt.

Hou voor ogen waar je naartoe wilt: meer rust in je gezin en een vrolijker kind.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.